Je zou zo denken dat ik na drie jaar verder studeren al wel gewend ben aan de omgang met proffen.
Ik heb nieuws voor u: neen.
Het betert wel hoor. Ik durf er al mails naar te sturen zonder daar eerst een uur over nagedacht te hebben of zelfs op een goede dag het occasionele knikje in de richting van een prof te sturen als ik zijn of haar pad kruis. Dat is al een hele vooruitgang, vind ik.
Toch blijven proffen proffen, die ik wel kan appreciëren… Als zij vooraan les staan te geven en ik in de veilige anonieme massa van de aula zit.
Dat ze hun lessen soms min of meer interactief maken, daar kan ik ook nog mee leven. Zoals die keer toen er aan de zaal (100 man, in wezen een kleine aula, maar voor mij is dat normaal) gevraagd werd wie er al een stationsromannetje had gelezen. Bij zulke vragen gaan er altijd op hetzelfde moment een tiental vingers de lucht in, dus ondergetekende zag er geen graten in en stak eerlijk haar hand op.
Stationsromans worden vaker verkocht dan de Da Vinci Code. Vraag u dus nu maar terecht af waarom ik de enige was in die aula die een beetje onnozel met haar vinger in de lucht zat. De prof voelde zich waarschijnlijk wat gegeneerd en vroeg me dan naar mijn motieven (stationsromannetjes lezen doe je blijkbaar NIET zomaar:p). Gelukkig had ik een goede reden, die ik dan maar met iedereen deelde. Dat was de eerste en tot nu toe enige keer dat ik iets voor een volle aula zei.
Ik was nog maar net over dat trauma heen toen ik deze week het volgende meemaakte. Ik moest een essay indienen, IRL. Heeft indienen via de computer afgedaan misschien? Nu ja, ik dan maar mijn fietsje op, weg naar het MSI, lokaal 01.23.
Ik doe de deur van het lokaal (een klas) open, zonder te kloppen uiteraard, want ik verwachtte een kamer met daarin een kartonnen doos of zo. Helaas, ik kwam binnen in het midden van de uitleg van een prof. Die keek me een beetje vreemd aan. Het zou nog niet ZO heel erg geweest zijn als de rest van de klas gevuld was met studenten, die begrijpen dat wel, zo’n verdwaalde mens van tijd tot tijd. Maar weer helaas voor mij, de klas zat vol proffen.
Proffen van wie ik er enkele kende, dus zij mij waarschijnlijk ook. En indien niet, dan nu wel.
Ja, het was lang geleden dat ik nog zo veel awkwardness gevoeld had. En hoewel de makkelijkste optie gewoon de deur dichtgooien en hard weglopen geweest zou zijn, voelde ik me precies verplicht om iets te zeggen.
“Euh… Euh… Ik zou hier een werkje moeten indienen…”
Waarop een van de proffen van haar stoel rechtstond, naar mij kwam (ja, ik kende haar) en rustig zei: “Ik vrees van niet.”



